Dank je wel onderbewuste..

5 jaar geleden op deze tijd woonde ik in het ziekenhuis in Groningen. Het was een gevecht op leven en dood, waarbij de dood uiteindelijk won.

Die dood achtervolgt mij de rest van mijn leven. De dood van mijn kind. Mijn mooie ventje George.

Maar 5 jaar geleden op 26 november leefde hij nog en had ik hoop. Hoop op leven, hoop op een leven als mama, hoop om mijn kanjer op te zien groeien.

Die hoop is nu allang vervlogen. Al 1.821 dagen lang.

Nu 5 jaar later zit ik in een appartementje op Las Palmas, Gran Canaria. Het weer buiten (regen, regen en nog eens regen) weerspiegelt het gevoel bij mij vanbinnen. Ik heb hier 2 weken geleden een boot naartoe gebracht die meedoet aan de ARC (een soort van rally de atlantische oceaan over naar St. Lucia). Daarnaast heb ik geholpen om deze boot klaar te maken voor die reis. Nog een hele klus.

Door Corona doen er dit jaar 200 boten minder mee dan andere jaren maar de bedrijvigheid, anticipatie en gezelligheid (in sobere vorm) was er niet minder om. Afgelopen zondag zijn de boten van start gegaan en stond ik op de steiger ze uit te zwaaien. Met een dubbel gevoel, ik had niet aan boord willen zitten maar ik voelde mij tegelijkertijd ook heel erg alleen toen de rust als een deken over de haven gedrapeerd werd.

Een paar dagen daarvoor had ik al besloten om wat langer hier te blijven en via vrienden heb ik een appartementje gevonden 100 meter van het strand in Las Canteras.

Ik ben moe. In eerste instantie dacht ik dat het komt door de trip van Gijón naar Las Palmas omdat ik als schipper verantwoordelijk was voor 6 nagenoeg onervaren mensen waardoor ik veel en veel te weinig heb kunnen slapen. Na aankomst moest ik vervolgens direct mee in het dagritme om de boot klaar te krijgen voor de ARC.

Nu denk ik echter dat het meer is dan alleen een fysieke moeheid. Ik ben gewoon even moe van alles. Van het leven met verdriet, van het er te vaak aan voorbij gaan, van het altijd maar door moeten.. “Door moeten” .. terwijl ik dat opschrijf hoor ik Saskia in mijn hoofd al vragen: “Van wie moet je dan zo hard door?”.. En ik weet het maar al te goed.

Van mijzelf.

Niet omdat het ‘moet’, maar het gebeurt gewoon. Aard van het beestje, fanatisme, dingen niet half-bakken kunnen doen, altijd maar door, door, door.. Ik heb in de 2 jaar van mijn Plan B zo ontzettend veel bereikt. Niet alleen met het behalen van diploma’s, maar ook qua netwerken, opdrachten, plekken waar ik ben geweest en trips die ik heb mogen doen. Corona heeft, tot nu toe, nog op geen enkele manier invloed gehad op het werk wat ik doe.

Mijn Plan B, dat ik ben gaan doen omdat ik niet meer in het ‘normale leven’ mee kon draaien, heeft zich ontwikkelt tot een carrière switch. Vol enthousiasme, passie en bevlogenheid doe ik waar ik goed in ben. Boten wegbrengen van A naar B en mijn kennis en ervaring delen met mensen die (ook) graag bemanning of schipper willen worden.

Ik zou trots moeten zijn met een hoofdletter T. George zou trots zijn op zijn mama. – Ja, ik weet het allemaal wel. Maar toch voel ik mij niet zo. Op dit moment in ieder geval niet.

Ik keek zo uit naar even een tijdje in een appartementje. Maar het blijkt vooral heel erg confronterend te zijn. Ik slaap slecht, geen rust in mijn hoofd en in mijn tijdelijke ‘huis’ lijkt het alsof er een bom is ontploft (waar ken ik dit toch van). Dat gat in mijn hart ziet dit blijkbaar als DE kans om even te laten merken dat het er nog steeds is. Alsof ik dat zelf niet wist.

En toch is het goed. Op een bizarre manier ‘geniet’ ik er ook nog van. Hoe confronterend het ook is, ik weet uit ervaring (bijna 5 jaar alweer) dat mijn onderbewuste de stekker er even uit getrokken heeft.

Dankzij Saskia weet ik dat dat ok is.